ExamenHet examen De examinator let onder meer op je beheersing van de combinatie auto + aanhanger, kijkgedrag, voorrang verlenen en het rekening houden met andere weggebruikers.De specifieke vaardigheden waarover je dient te beschikken hebben betrekking op de afwijkingen die het rijden met een voertuigcombinatie met zich meebrengen. Belangrijke aspecten zijn daarbij: De grotere omvang van het voertuig, het geringere acceleratievermogen, de grotere massa en langere remweg, het inlopen en uitzwenken van de achterzijde van de aanhangwagen, grotere kantelgevaar en het beperkte gezichtsveld, waardoor consequenties voor rij- en stuurgedrag ontstaan en bepaalde handelingen op andere wijze moeten worden uitgevoerd. Ook dient met te beschikken over andere vaardigheden ten aanzien van het verkeersinzichtelijke vermogen.
Tijdens het examen worden bijzondere verrichtingen uitgevoerd hieronder kun je de bijzonder verrichtingen zien, verrichting 1,2 en 6 worden altijd tijdens het examen uitgevoerd de examinator kiest er naast nog twee uit:
1. Voorbereidings- en controlehandelingen
2. In- en uitstappen 3. Hellingproef
4. Achteruit rijden a. Het in een rechte lijn achteruit rijden en stoppen terwijl de achterzijde van de voertuigcombinatie zich bevindt ter hoogte van een tevoren aangegeven plaats.
b. Het via een bocht achteruit rijden in een (denkbeeldige) inrit of garage, of naar (denkbeeldige) laadplaats.
5. Keren a. Keren met gebruikmaking van een zijstraat b. Keren door middel van een halve draai
6. Aan- en afkoppelen
Om dit examen af te kunnen leggen voor de auto met aanhangwagen, moet u in bezit zijn van een autorijbewijs, zonder de aantekening 'automaat'. Een theoriecertificaat is niet nodig. Wel worden er vooraf aan het praktijkexamen vragen aan u gesteld. Dit gaat over de gegevens van het kenteken- en registratiebewijs en welke controlehandelingen je uit moet voeren.
|